|
De Heer is
mijn
herder,
Het zal
mij aan
niets
ontbreken.
God
heeft ons
geen kalme
reis
beloofd,
Maar wel
een
behouden
thuiskomst.
Hand in
hand zijn
wij gegaan
Tot aan de
drempel.
Moegestreden,
door onze
liefde
omringd,
Ben je van
ons
heengegaan.
En toch
telkens
weer
Zullen wij
je
tegenkomen.
Zeg nooit:
Het is
voorbij.
Slechts je
lichaam
werd ons
ontnomen,
Niet wie
je was en
ook niet
wat je
zei.
Veel
fijne
herinneringen,
Verzachten
onze
smart.
Voorgoed
uit ons
midden.
Maar
altijd in
ons hart.
Het is
ons maar
geleend,
De vele
mooie
dingen.
Ons
onbetwistbaar
eigendom,
Zijn de
herinneringen.
Heel
bijzonder,
heel
gewoon
Gewoon een
heel
bijzondere
man.
Rust nu
maar uit.
Je hebt je
strijd
gestreden.
Wie kan
voelen wat
je hebt
geleden?
Wie kan
begrijpen
wat je
hebt
doorstaan?
Je hebt
het als
een moedig
man
gedaan.
Plotseling
ging jij
heen
Nu ben ik
alleen
Onuitsprekelijk
verdriet
Vergeten
zal ik je
niet
Vaarwel
Je
handen
hebben
voor ons
gewerkt.
Je hart
heeft voor
ons
geklopt.
Je ogen
hebben ons
tot het
laatst
gezocht.
Rust nu
maar uit.
Opgewekt
en
zorgzaam,
nooit
vragend,
Nimmer
klagend,
altijd
dragend.
Moedig
ging je
door,
steeds
weer.
Tot op het
laatste
moment,
Het wilde
niet meer.
Stil en
eenvoudig
Ben je
weggegaan.
Stil en
eenvoudig
Zul je in
onze
harten
Blijven
voortbestaan.
Haar
stoel is
leeg,
Haar stem
is stil.
Wij
zeggen:
“Heer,
Het was Uw
wil.”
|